Tenerife
dorpjes, El Teide en Barraquito.

Tenerife is voor veel mensen synoniem aan zon, strand en grote badplaatsen. Wij ontdekten een heel andere kant van het eiland. We kozen bewust voor het noorden: groener, rustiger en authentieker. Geen eindeloze rijen hotels, maar sfeervolle dorpjes, kronkelende bergwegen, indrukwekkende natuur en terrasjes waar de tijd net iets langzamer lijkt te gaan. Een week bleek precies lang genoeg om verliefd te worden op deze verrassende kant van Tenerife.
Foto: Auditorium van Calatrava in Santa Cruz de Tenerife

Uit ons reisverslag
Onze eerste kennismaking met de Canarische keuken was er eentje die we niet snel zullen vergeten. Op tafel verscheen een bord met gekookte inktvis. Het zag er niet bepaald uitnodigend uit en eerlijk is eerlijk: de smaak maakte het niet beter. Mijn oom Ahmet, die wij een foto appten, reageerde met: "Wat een monster." Gelukkig bleek dat de Canarische keuken nog veel meer te bieden heeft dan deze weinig geslaagde eerste ontmoeting.
We verbleven in Garachico, zonder twijfel een van de mooiste plaatsjes van Tenerife. Ooit was dit de belangrijkste haven van het eiland, totdat een vulkaanuitbarsting in 1706 een groot deel van de stad en de haven onder de lava bedolf. Wat achterbleef is een sfeervol stadje met geplaveide straatjes, koloniale huizen, gezellige pleinen en de beroemde natuurlijke lavabaden waarin de Atlantische Oceaan vrij spel heeft.
Zoals altijd huurden we een auto. Gewoon lekker rondtuffen en mooie plekken ontdekken. Een van die plekken was La Orotava, misschien wel het meest karakteristieke stadje van Tenerife. Smalle straatjes met houten balkons, kleurrijke gevels en prachtig onderhouden pleinen geven de stad een bijna koloniale uitstraling. Terwijl we door de straatjes liepen, viel direct een bijzondere geur op. Het rook alsof ergens vers meel werd gemalen. Dat bleek ook zo te zijn. Door de stad loopt de historische Molino de Gofio, waar al generaties lang gofio wordt gemalen. Dit geroosterde graanmeel is een van de oudste en meest typische producten van de Canarische Eilanden. De geur van het geroosterde graan hangt regelmatig door de straatjes en maakt een wandeling door La Orotava nog leuker (en lekkerder).
Aan zee genoten we van een lange lunch bij Restaurante San Pedro, direct boven aan de kust. Verse vis, tapas en een glas koude sangria smaakten ons prima.
In de middag gingen we naar San Cristóbal de La Laguna Prachtig! Niet voor niets staat de historische binnenstad op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. De kleurrijke huizen, sfeervolle straatjes en statige herenhuizen zorgen ervoor dat je het gevoel hebt een paar eeuwen terug in de tijd te stappen.
De Iglesia de la Concepción, met haar karakteristieke toren, is een van de bekendste kerken van de stad. Daarnaast bezochten we de imposante Kathedraal van La Laguna, een prachtig gerestaureerd gebouw dat zowel van buiten als van binnen mooi is.
Een onverwachte verrassing was een tentoonstelling van de Spaanse kunstenaar Cristóbal Tabares. Zijn werk draaide grotendeels om de oorlog, macht en propaganda, met veel verwijzingen naar Vladimir Poetin en Rusland. Indringende kunst die je even stil laat staan en mooi contrasteerde met de historische omgeving waarin de expositie plaatsvond.
Natuurlijk mocht ook Santa Cruz de Tenerife niet ontbreken. De hoofdstad is modern, levendig en verrassend groen. Het absolute hoogtepunt vonden wij zonder twijfel het Auditorio de Tenerife, ontworpen door de beroemde architect Santiago Calatrava. Het witte gebouw lijkt op een enorme golf of een zeil dat zich uitstrekt richting de oceaan. Door de ligging direct aan zee komt het ontwerp nog beter tot zijn recht. Het is uitgegroeid tot hét symbool van Tenerife en wat ons betreft volledig terecht.
Vanuit Santa Cruz bezochten we ook het Parque Rural de Anaga, een van de oudste natuurgebieden van Europa. De kronkelende wegen voeren door een mysterieus laurierbos, waar wolken regelmatig tussen de bomen blijven hangen. Het voelt alsof je een compleet andere wereld binnenrijdt. Groene bergkammen, diepe ravijnen en spectaculaire uitzichtpunten maken dit gebied tot een van de mooiste natuurgebieden van het eiland.
En uiteraard kon een bezoek aan El Teide niet ontbreken. Met zijn 3.715 meter is het de hoogste berg van Spanje. De rit omhoog is al een belevenis op zich. Langzaam verdwijnen de bossen en verandert het landschap in een bijna buitenaardse wereld van gestolde lavastromen, grillige rotsformaties en uitgestrekte vulkaanvlaktes. Het is moeilijk voor te stellen dat je nog steeds op hetzelfde eiland bent.
Toch wilden we ook even de andere kant van Tenerife zien. Het zuiden bleek inderdaad heel anders. Grote hotels, resorts, brede boulevards, winkels met strandspullen en veel toeristen bepalen daar het straatbeeld. Begrijpelijk, want de zon schijnt er vrijwel altijd. Maar na een paar uur wisten we weer waarom we voor het noorden hadden gekozen. Daar vonden we de rust, het karakter en de sfeer die beter bij ons passen.
Dat neemt niet weg dat we ook in het zuiden heerlijk hebben gegeten. Aan zee genoten we van verse vis, waarna we kennismaakten met misschien wel de lekkerste koffie van de Canarische Eilanden: de Barraquito. Deze bijzondere koffiespecialiteit bestaat uit gecondenseerde melk, espresso, opgeschuimde melk, Licor 43, een vleugje citroenschil en kaneel. Het klinkt als een vreemde combinatie, maar het is verrassend lekker en inmiddels uitgegroeid tot een typisch drankje van Tenerife.
We hebben het thuis een paar keer gemaakt, maar op vakantie smaakt het toch anders, beter, lekkerder....
