Normandië en Bretagne

 

 

Sommige reizen blijven je bij omdat ze gewoon mooi zijn. Andere omdat ze je raken. Onze rondreis door Normandië en Bretagne deed allebei. Voor iedereen die houdt van plaatsen met een verhaal, geschiedenis die nog voelbaar is en landschappen die blijven verrassen, is dit een absolute aanrader. Met de auto door deze streek reizen, geeft bovendien een heerlijk gevoel van vrijheid. Je kunt op elk moment afslaan, een charmant dorpje binnenrijden of spontaan stoppen omdat iets je nieuwsgierig maakt. Juist onverwachte ontdekkingen maakt reizen bijzonder.

 

En... we vonden er ons droomhuisje (zie de foto hiernaast).

 

Uit ons reisverslag

Onze eerste kennismaking met Normandië begon al spannend. Via de imposante Pont de Normandie reden we de streek binnen. De elegante en heel steile tuigbrug overspant de monding van de Seine en vormt letterlijk de toegangspoort tot een regio vol geschiedenis.

Honfleur

Onze eerste stop was het sfeervolle Honfleur, misschien wel een van de mooiste havenstadjes van Frankrijk. Rond de oude haven, de Vieux Bassin, staan kleurrijke, smalle huizen die eeuwenlang kunstenaars inspireerden. Claude Monet, Eugène Boudin en vele impressionisten vonden hier hun onderwerpen. 

Deauville 

Vanuit Honfleur reden we naar Deauville. De brede stranden, de karakteristieke parasols en de beroemde houten boulevard ademen nog altijd de grandeur van de Franse badcultuur. Langs de boulevard liggen de strandcabines die zijn vernoemd naar Amerikaanse filmsterren en andere internationale beroemdheden die tijdens het jaarlijkse filmfestival hun sporen achterlieten. 

Kastelen en dorpjes

Onderweg bezochten we het Château de Crèvecœur. Dit prachtig bewaard gebleven middeleeuwse kasteel laat zien hoe een Normandisch landgoed er eeuwen geleden uitzag. Met zijn vakwerkhuizen, slotgracht en oude verdedigingswerken voelt het alsof je even terug in de tijd stapt. 

Een van de leukste verrassingen van de reis was Beuvron-en-Auge. Zonder planning kwamen we er terecht tijdens onze rit richting Caen. Het dorp behoort tot de mooiste van Frankrijk en bestaat uit oude vakwerkhuizen rondom een rustig dorpsplein. We hebben er heerlijk geluncht en gezellig gepraat met een oudere dame en haar zoons die uit Griekenland kwamen. 

Caen en Bayeux

In Caen bezochten we het Mémorial de Caen. Dit museum vertelt niet alleen het verhaal van D-Day, maar plaatst de Tweede Wereldoorlog in een veel bredere historische context. Het is geen museum waar je vluchtig doorheen loopt. Het laat je zien welke enorme prijs de vrijheid heeft gekost.

Daarna reisden we verder naar Bayeux, een historische stad die de oorlog vrijwel ongeschonden doorkwam. De Notre-Dame-kathedraal torent hoog boven de stad uit en is een mooi voorbeeld van Normandische gotiek. De gezellige straatjes, oude huizen en de rustige sfeer maken Bayeux tot een fijne plek om rond te wandelen.

De invasiestranden

Vanuit Bayeux maakten we verschillende uitstapjes langs de stranden waar op 6 juni 1944 geschiedenis werd geschreven.

In Arromanches-les-Bains stapten we in een originele Amerikaanse legerjeep uit 1945. We reden langs verschillende invasiestranden en luisterden we naar de verhalen over D-Day. Het landschap oogt tegenwoordig vredig, maar overal voel je de geschiedenis.

Uiteraard bezochten we ook Sainte-Mère-Église. Aan de kerktoren hangt nog altijd de beroemde parachutist John Steele, als herinnering aan de Amerikaanse landing waarbij hij tijdens de invasie aan de toren bleef hangen.

Op Omaha Beach maakten we een wandeling over het strand en bezochten we de Amerikaanse begraafplaats in Colleville-sur-Mer. De duizenden witte kruisen, keurig uitgelijnd met uitzicht over zee, maken diepe indruk. 

Mont-Saint-Michel

Via Granville bereikten we misschien wel het bekendste icoon van Normandië: de Mont-Saint-Michel. De klim door de smalle straatjes naar de abdij boven op de rots was pittig, maar iedere stap waard. Vanaf de top heb je een spectaculair uitzicht over de uitgestrekte getijdenvlakte.  Beneden in het dorp was het megadruk, maar hoe hoger je klom, hoe rustiger het werd. 

Bretagne

Na Normandië vervolgden we onze reis door Bretagne.

Saint-Malo was leuk! Deze oude vestingstad ligt als een granieten fort aan zee. Tijdens vloed slaan de golven soms met enorme kracht tegen de stadsmuren. Wandelen over de vestingwerken is een belevenis op zich. Ook bezochten we het grote aquarium van Saint-Malo, dat verrassend uitgebreid en absoluut de moeite waard is.

Vanuit Saint-Malo reden we naar de Côte de Granit Rose. De kust dankt haar naam aan de bijzondere roze granietrotsen die door wind en zee de meest grillige vormen hebben gekregen. De combinatie van het roze gesteente, het helderblauwe water en de ruige kustlijn zorgt voor een van de mooiste landschappen van Frankrijk. In de buurt aten we heerlijke mosselen met roquefort. 

Een hotel om nooit te vergeten

Misschien wel de mooiste plek waar we overnachtten was Hôtel de la Plage in Tréfeuntec. Letterlijk pal aan zee. We maakten er lekkere strandwandelingen bij zonsopkomst en opnieuw tijdens zonsondergang. Daarna nog even op het terras met een goed glas wijn en uitzicht op zee. Veel mooier wordt het eigenlijk niet. Dit is zonder twijfel een plek om ooit nog eens terug te keren.

Middeleeuwse dorpen en kastelen

Vanuit Tréfeuntec bezochten we Locronan, een van de mooiste middeleeuwse dorpen van Bretagne. Vrijwel alle huizen zijn gebouwd uit graniet en het historische centrum lijkt al eeuwen onveranderd. Niet voor niets worden hier regelmatig historische films opgenomen. Onderweg vonden we zelfs ons droomhuis in Menez Dregan. Zo'n plek waar je jezelf direct ziet wonen, met uitzicht, rust en ruimte.

Ook bezochten we het Château de Trévarez. Dit opvallende kasteel uit het einde van de negentiende eeuw combineert klassieke architectuur met verrassend moderne technieken voor die tijd. Er zat zowaar een lift in. De uitgestrekte tuinen zijn prachtig, al vonden wij wel dat het gebouw hier en daar een flinke onderhoudsbeurt kan gebruiken.

Alsof dat nog niet genoeg kastelen waren, overnachtten we zelf ook in een echt château: Château de Lannouan. Daar zwaaide hond Ramzes de scepter en voelde het alsof je even te gast was op een Frans landgoed.

Vannes en Carnac

Een andere fijne stad was Vannes. De oude binnenstad staat vol kleurrijke vakwerkhuizen, gezellige pleinen en sfeervolle straatjes. De haven geeft de stad een ontspannen sfeer en er zijn leuke winkeltjes waar je bijvoorbeeld heerlijke honing kunt kopen en andere producten uit de streek. 

Natuurlijk gingen we ook op zoek naar de beroemde stenen van Carnac. Hier staan meer dan drieduizend prehistorische menhirs in lange rijen opgesteld. Volgens de legende zouden het de versteende Romeinse soldaten van Obelix zijn. De werkelijkheid is minstens zo bijzonder: de stenen zijn duizenden jaren oud en vormen een van de grootste prehistorische monumenten ter wereld.

Giverny

Onze laatste stop was Giverny, waar Claude Monet woonde en werkte. Zijn huis en wereldberoemde tuinen zijn een feest voor iedereen die van kunst en natuur houdt. De Japanse brug, de waterlelies en de kleurrijke bloemperken blijken precies zo mooi als op zijn schilderijen. Ondanks de enorme drukte, was het een goede afsluiting van een reis vol cultuur, geschiedenis, leuke dorpjes en mooie landschappen.

En het hotel aan zee.... daar gaan we zeker nog eens naar terug!